H1 2024: De prijs van groei

Picture of Sam Hollanders

Sam Hollanders

Beste partner,

Het was Paul Johnson, professor aan de Columbia Business School en Director van het Gabelli Center for Global Security Analysis die ons inspireerde met zijn presentatie in Omaha voor de ValueX-groep van Guy Spier. Hij had het over de prijs van groei.

Wij trachten als waardebelegger steeds zo rationeel mogelijk de waarde van een activa te bepalen. Emotie bannen we uit onze berekeningen. Echter, de prijsvorming op de markt is een combinatie van emotie en ratio.

Laat ons eerst wat beter duiden wat we bedoelen met emotie. De belangrijkste emotie die beleggers parten speelt is angst. Het fenomeen is des mensen en geeft aanleiding tot soms onrealistische prijszetting op de beurs. Soms worden bedrijven uitgespuwd vanwege de angst voor onrealistische horrorscenario’s. Anderzijds is er the fear of missing out (FOMO) wat dan weer hoge prijzen en dus hoge groeiverwachtingen weerspiegelt.

Als waardebelegger maak je een inschatting van de waarde van een bedrijf. Die waarde kan je opsplitsen in twee delen. Enerzijds is er de huidige waarde bij een status quo, dus de waarde indien het bedrijf niet meer zou groeien. Anderzijds is er mogelijks een groeiende winst die ook waarde creëert. Daarmee zeggen we alvast impliciet dat de waardebelegger ook rekening houdt met winstgroei. Groei is een wezenlijk onderdeel van de waarde van een bedrijf.

Waar is het ons om te doen? Dat is de inschatting of de marktprijs een realistische groei weerspiegelt. Die oefening – het uitsplitsen van de actuele waarde en de waarde toegedicht aan de groei – willen we graag voor u uit de doeken doen.

Laat ons beginnen met een voorbeeld dat iedereen eenvoudig kan inzien. Wanneer je iets koopt voor 1 miljoen en dat ‘iets’ brengt jaarlijks netto 100.000 op, dan heb je een rendement op je investering van 10%. Brengt dat ‘iets’ maar 50.000 per jaar op dan heb je 5% rendement. Dat is behoorlijk rechttoe rechtaan.

Neem het voorbeeld van een 5-tal studentenkoten in een gebouw dat je overweegt te kopen. Stel dat je 5% rendement eist en dat de huidige netto jaaropbrengst na aftrek van alle kosten per kot 6.000 euro is. Het gebouw brengt dan jaarlijks 30.000 euro op. Indien je veronderstelt dat er geen groei in de huurinkomsten is, dan mag je maximaal 600.000 euro betalen (zijnde 30.000 / 5%).

Als je ervan uitgaat dat je elk jaar de huur met 2% kan indexeren vanwege de inflatie, dan mag je rendement bij aankoop vandaag 3% zijn (want er is 2% bijkomende groei vanwege de index). In dat geval mag je 1.000.000 euro betalen om over de jaren heen toch 5% bruto rendement te genereren. De gebruikte formule is immers 1.000.000 = 30.000 / (5% – 2%). Je kan dus stellen dat in de prijszetting een deel huidige waarde zit, namelijk 600.000 (want 600.000 x 5% = 30.000) en dat de andere 400.000 rekent op de levenslange huurindex van 2% (dus groei van de huurinkomsten).

Exact dezelfde principes kunnen we gebruiken wanneer we de koerswinst (K/W) verhouding van bedrijven gebruiken als indicatie van verwachte groei. Laat ons de studentenkoten als investering vervangen door beursgenoteerde bedrijven.

  • de aankoopprijs is de marktkapitalisatie op de beurs;
  • de huurinkomsten zijn de netto winsten van een bedrijf;
  • de groei van de huurinkomsten wordt groei van de winst;
  • en vereist rendement is vereist rendement.

Moeilijker dan dat is het niet.

Wanneer je een bedrijf koopt met een K/W = 15 en je veronderstelt dat er geen winst is, dan zeg je eigenlijk dat je een rendement eist van 1/15de, oftewel 6,66%. Omgekeerd, stel dat je een rendement eist van 12%, dan koop je maximaal een K/W van 8,3 indien er nul groei is.

We kunnen precies dezelfde oefening als bij ons gebouw doen door de marktkapitalisatie (dus beurswaarde) op te splitsen in een deel A dat voldoet aan onze rendementseis zonder groei en B het deel dat de groei weerspiegelt. Deze manier om de zaken te bekijken laat ons toe om te bepalen welke vogel je in de hand hebt en hoeveel je er nog uit de lucht dient te schieten.

Laat ons een bekend voorbeeld nemen om dit te illustreren. Iedereen kent Apple: De beurskoers van Apple deed het geweldig. Bekijk deze 10-jaar grafiek:

Van $20 à $30 tien jaar geleden tot een doorbraak boven de $200. Laat ons nu eens kijken naar de bedrijfswaarde telkens op 31 december van de afgelopen tien jaar. De bedrijfswaarde is de marktkapitalisatie plus de schulden min de cash. Dat geeft volgende grafiek:

Op tien jaar tijd steeg de bedrijfswaarde van $400 miljard naar (nu recent) meer dan $3 biljoen. Alle waarden zijn op 31 december behalve LTM (Last Twelve Months), dat is op datum van schrijven (half juni 2024).

Vermits Apple over die periode zo ongeveer 30% van zijn aandelen inkocht steeg de bedrijfswaarde per aandeel nog meer. Dat zie je in de volgende grafiek.

Deze grafiek weerspiegelt dus de waarde die de markt geeft aan het bedrijf (na verrekening van schulden en cash).

Laat ons nu eens kijken welke waarde kan toegewezen worden aan de huidige operationele winsten en welke waarde betaald wordt voor toekomstige groei. Om deze berekening te doen dienen we de jaarlijkse operationele winst te delen door onze vereiste discontovoet (ofwel ons gewenst rendement). Vergelijk met het voorbeeld van de studentenkoten. De gewenste discontovoet kan verschillend zijn, maar het principe is identiek.

In 2013 maakte Apple na belastingen zo’n $36 miljard operationele winst. Om eenvoudig te rekenen zullen we een 10% rendementseis vooropstellen. Dat betekent dat je Apple op dat moment waardeert aan $36 miljard / 10% = $360 miljard. De effectieve bedrijfswaarde van Apple was destijds, meer bepaald op 31/12/2013, gelijk aan $370 miljard. Dat betekent dus dat een investeerder die Apple toen kocht, 10% rendement zou maken indien de winst van het bedrijf niet meer zou groeien. Of nog anders gezegd: er was nauwelijks groei ingeprijsd. So far, so good.

We doen nu deze berekening op elke 31ste december van de afgelopen tien jaar. Dat geeft volgend beeld:

Wat vertelt deze grafiek ons: Het oranje balkje is de jaarlijkse winst, verdisconteerd aan onze 10%-rendementseis. Dat is dus de waarde van het bedrijf zonder groei. Het groene balkje rijdt de kloof dicht tussen oranje balk en de effectieve beurskoers. Het is het bedrag dat de markt extra wil betalen, dus de waarde die de markt verwacht voor de toekomstige groei. De Engelse term is Market implied Value of Growth.

Wat stellen we vast: In 2013 zien we een minuscuul groen lijntje, dat is die $10 miljard op een bedrijfswaarde van $370 miljard. Tot 2018 voorziet de markt zeer weinig groei in de beurskoers. Vanaf 2019 explodeert de koers. Indien we deze cijfers zouden uitzetten ‘per aandeel’ dan worden de verschillen nog groter vermits het bedrijf aandelen inkoopt en vernietigt. Winst, maar ook groeiverwachting, worden gaandeweg immers over minder aandelen verdeeld.

Dat maakt dat we de koers kunnen opsplitsen in een ‘harde-nu-waarde’ en een ‘verhoopte-groei-waarde’.

De ‘gehoopte-groei-waarde’ was nihil zo’n tien jaar geleden (dat is de groene lijn). Tenminste ze schommelde jaren tussen -20% en +30% t.o.v. de bedrijfswaarde. De markt wist niet goed wat te verwachten en twijfelde tussen lichte groei en lichte krimp. Sinds 2019 verwacht de markt steevast groei, want meer dan 60% van de waarde wordt toebedeeld aan groei. Op vandaag (half juni dus) wordt 69% van de beurswaarde bepaald door de hoop op toekomstige winsten.

Sta even stil bij wat dat betekent. Dat wil zeggen dat je meer dan het dubbele van de ‘harde-nu-waarde’ betaalt voor groei in de toekomst. Of anders gezegd: voor toekomstige winsten wordt het dubbel betaald t.o.v. huidige winsten. Voor alle duidelijkheid: die toekomstige groei moet gerealiseerd worden om je rendement van 10% te behalen.

Om de grafiek helemaal te duiden (maar dit is niet meer dan een voetnoot): de ‘harde-nu-waarde’ splitsen we uit in het kapitaal van het bedrijf (rode lijn) en de meerwaarde boven boekwaarde gebaseerd op de winsten (blauwe lijn).

Waarom deze oefening? Wat leveren deze inzichten ons op? Laat ons eens kijken naar een beroemde investeringsbeslissing.

Warren Buffett is via zijn Berkshire Hathaway grootaandeelhouder van Apple. Apple vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van de waarde van Berkshire. En wanneer dacht u dat Warren zijn aandelen kocht? Juist ja, in de periode 2016 tot 2018, toen de markt geen groei zag in Apple. En wanneer verkocht hij 10% van zijn positie? Juist ja, vorig jaar. Ook voor hem werden de groeiprognoses iets te uitbundig.

Deze eenvoudige oefening laat ons toe om voor eender welk aandeel na te gaan hoeveel waarde we toekennen aan de huidige winsten versus groei (groene lijn). De beurskoers van Apple is vandaag voor 69% gebaseerd op groei.

Wanneer we deze oefening doen met een vereist rendement van 12% (10% vinden we wat magertjes voor het genomen risico) en we bekijken de Magnificent 7 dan bekomen we volgende aandeel van de groei in de actuele waardering van de bedrijfswaarde:

  • Google 67%
  • Meta 68%
  • Apple 74% (dus 5% hoger dan aan de 10% rendementseis)
  • Microsoft 78%
  • Netflix 81%
  • Tesla 89%
  • Nvidia 89%

Nu, we hebben reeds gezegd dat groei een evident onderdeel is van een waardering. Echter groei is onzeker en hoe meer groei je incalculeert, hoe meer risico je neemt en hoe minder er fout mag lopen in de toekomst.

Een heel eenvoudige DCF-oefening leert ons dat om de mediaan van 78% van de Magnificent 7 te bekomen, een bedrijf gedurende tien jaar jaarlijks 21% dient te groeien om daarna aan inflatieritme te groeien. Dat betekent dat de winst quasi x7 dient te gaan op tien jaar. Niet onmogelijk, maar wel zeer stevig.

Wij gaan op zoek naar bedrijven waar de oefening minder challenging is. Neem bijvoorbeeld een bedrijf dat 10% groeit de komende vijf jaar, daarna gedurende nog eens vijf jaar 5% groeit om vervolgens de inflatie te volgen. Zo’n bedrijf heeft 45% groeiverwachting in zijn prijs zitten. 55% van de waarde is gebaseerd op de huidige winst. Wij voelen ons comfortabel met bedrijven waar minder dan pakweg 40 à 50% van toekomstige winsten dient te komen. Vergelijk het met onze studentenkoten.

Laat ons deze oefening nu eens doen voor een minder glamoureus aandeel. Ons eigen Tessenderlo.

Ik toon u eerst twee grafieken.

De koers deed gedurende 10 jaar letterlijk niets.

Voor onze investeringen wensen we 12% rendement, dus ook voor Tessenderlo. In deze grafiek zie je uiteraard dat er nauwelijks groeiverwachting geprijsd is:
oranje balken: de bedrijfswaarde van Tessenderlo per aandeel, gebaseerd op de winst in dat betreffende jaar (verdisconteerd aan 12%) volgt deze de winstevolutie en
groene balken: de winstgroeiverwachting die in de koers verrekend zit.

Wat kunnen we hier nu allemaal van maken?

  • In 2013 – voor de overname door Luc Tack – was er veel groeiverwachting (grote groene balk). En die kwam er ook (stijging van de oranje balk nadien).
  • 2022 was een uitzonderlijk winstjaar met €261 mijoen operationele winst na belastingen. Daardoor is de waarde berekend op die winst hoog en mag de winst van het bedrijf krimpen om zijn beurswaarde op 31/12/2022 te verantwoorden. Dat vertaalt zich in een negatieve groene balk.
  • Voor de actuele koers ben ik uitgegaan van een genormaliseerde jaarwinst (steeds operationele winst na belastingen) van €186 miljoen. Dat is het gemiddelde van 2021, 2022 en 2023. Als we die winst als ‘normaal’ beschouwen (wat ons een zeer redelijke veronderstelling lijkt) zit ongeveer 75% van de huidige waarde in die genormaliseerde winst. 25% dient gerealiseerd te worden door groei. De vraag is nu wat die 25% betekent. Dat is alvast geen 25% jaarlijkse groei. Het is gewoon het deel van de waarde dat zal moeten worden bereikt via een winstgroei.
  • Je kan dit vertalen naar een aantal jaar groei aan een bepaald ritme, om dan een winst te bekomen die ons het gewenste rendement van 12% oplevert. Naar welke winst dient er geëvolueerd te worden? De formule daarvoor is €186/(1-25%) = €248 miljoen operationele winst na belastingen. Er zijn meerdere scenario’s mogelijk:
      • Indien het bedrijf €248 miljoen bereikt na vijf jaar, betekent dat een groei van 5,9% jaarlijks
      • Indien het bedrijf €248 miljoen bereikt na tien jaar, betekent dat een groei van 2,9% jaarlijks
  • Het goede nieuws is dat ons rendement gerealiseerd wordt, niet enkel door stijging van de winst, maar ook door uitbetaling van dividenden en door inkoop van eigen aandelen. De som van dividendrendement plus inkopen van aandelen staat gelijk aan ‘gratis’ rendement. Aan de huidige beurskoers hebben we 3,2% dividendrendement en aan het huidige ritme van inkopen mag je er nog enkele procenten bij doen.
  • Onze conclusie is dat met het huidig dividendrendement en de inkoop van aandelen Tessenderlo ons 12% rendement zal opleveren enkel en alleen door de verwachte inflatie. Dat is een comfortabele situatie met een laag risico.

Indien we deze oefening uitbreiden naar de compounders in portefeuille en we nemen als genormaliseerde winst telkens het gemiddelde van de laatste drie jaar (om rare bokkensprongen in de winstcijfers af te vlakken) dan bekomen we volgende percentages als onderdeel in de waardering dat te wijten is aan groeiverwachting:

  • Cake box 37%
  • Smartphoto 28%
  • Tessenderlo 25%
  • Deceuninck – 6%
  • Somero Enterprises -59%

Cake Box en Smartphoto vereisen een beetje meer groei dan Tessenderlo. Opvallend is dat Somero en Deceuninck zo goedkoop gewaardeerd zijn dat ze zelfs mogen krimpen om aan onze 12% rendementseis te voldoen.

Deze manier om de bedrijfswaarde te analyseren is ons aangebracht door Paul Johnson. Het is een geweldige tool die elke belegger helpt om stil te staan bij de waarde van het ‘nu’ en de waarde die berust op ‘hoop’. Hoe minder hoop er verrekend is in de koers, hoe minder de investering vereist van toekomstige marktontwikkelingen. En dus hoe minder we voor verrassingen komen te staan.

Hoe lager de beurskoers, hoe lager de bedrijfswaarde en hoe minder groei het bedrijf dient te realiseren om onze rendementseis te behalen.

Dat is een andere manier om te zeggen dat een aandeel kopen op een lage beurskoers minder groei vereist om je beleggingsdoelen te realiseren. Dat is precies onze aanpak. We houden van situaties waar we weinig risico lopen en weinig eisend zijn wat de groei betreft.

Een blik op de markt

We hebben al meermaals besproken en geschreven dat dit een vreemde markt is, met de Magnificent 7 en de blijvende onderwaardering van small caps, wat nu net onze specialiteit is.

We zijn niet tevreden met de resultaten; ze zijn niet goed genoeg in vergelijking met de markt. We hebben zelf al meermaals geschreven over de redenen. In plaats van weer opnieuw het verhaal te schrijven, heb ik ditmaal een aantal tweets van andere beleggers verzameld, zodat u ook kunt zien dat wij niet de enigen zijn die dit opmerken.

In deze tweet geeft Jason de discrepantie aan dat de hele beurs gedragen wordt door een beperkt aantal aandelen.

Zulke bewegingen hebben in het verleden nooit stand gehouden.

Iemand anders wijst op hetzelfde in de S&P 500: de stijgingen zijn te danken aan een handvol grote aandelen en worden niet gedragen door de hele index.

Kurtis maakte een berekening van de rendementen van de S&P 500 uit het verleden. Daaruit bleek dat de 450 kleinste aandelen (van deze zeer grote bedrijven) het historisch gezien beter deden dan de 50 grootste, alleen niet in de laatste jaren.

Dit is ook niet vreemd, aangezien NVIDIA dit jaar alleen al goed is voor 34,5% van het rendement van de gehele S&P 500. Inderdaad, één bedrijf zorgde voor meer dan een derde van de winst van de index, waar nog 499 andere bedrijven in zitten, inclusief Microsoft, Alphabet, Apple en Amazon.

Of op een andere manier gepresenteerd:

En hoe zit het met de small caps voor dit jaar?

Een verlies van 2% terwijl de grote bedrijven 15% stijgen in Amerika.

In De Tijd van zaterdag 29 juni konden we dan weer het volgende lezen.

En tenslotte zijn er al mensen die gebeden voor ons zijn gestart. Let ook op de zwakke resultaten van zowel de small cap als de value factor. Twee factoren die echter doorheen de hele geschiedenis hebben aangetoond beter te presteren dan het marktgemiddelde.

Tenslotte willen we ook nog wijzen op deze uitspraak van de bekende waardebelegger Robert Robotti:

Because recently I hosted a dinner about a month ago, so I had about 10 of us there and I invited a bunch of people who are still in value investing, active management, managing much less money than they used to. Including people who don’t do it anymore because they converted to a family office because they’ve given up and they’ve given back the money and don’t want to do that anymore.

Dit zien we momenteel gebeuren in de markt. Dit alles wijst voor ons op de zegswijze “It’s darkest before dawn.”

Hoewel het voor ons ook zeer frustrerend is dat we niet de resultaten kunnen brengen die we voor ogen hebben, zal u ons niet zien veranderen van strategie, iets wat we zelfs bij grote huizen zoals het Franse Carmignac vandaag zien gebeuren. Veranderen van strategie, zeker vandaag, is volgens ons absoluut een foute keuze.

Het fonds

Het tweede kwartaal begon sterk, maar in de laatste weken van april werd die winst teruggegeven. Daarop volgde een sterke maand mei, met daarna weer een zwak juni. We gaan het niet onder stoelen of banken steken: er was een kleine hoop dat het keerpunt nu daar was voor de kleinere aandelen, maar helaas zette het nog niet door.

We hebben geen controle over wanneer de markt gaat keren. Zoals al enkele keren aangegeven, kunnen wij ons enkel concentreren op het laten toenemen van de intrinsieke waarde. Na de forse correctie die we eind vorig jaar toepasten, kon deze weer stijgen dankzij goede bedrijfsresultaten en enkele nieuwe aankopen.

Resultaten T-Klasse

Resultaten A-Klasse

Onze vijf grootste posities zijn:

Volgende posities wogen het meest op het resultaat sinds 1 januari

En volgende droegen het meeste bij:

Transacties

Waar er in het eerste kwartaal enkel Bonava werd bijgekocht en verder voornamelijk werd verkocht, hebben we dit kwartaal een flink deel van de cashpositie aan het werk gezet.

We kochten F.I.L.A, Cloetta AB en namen opnieuw een positie in X-Fab. Daarnaast werden ook de posities in Sipef en Maersk vergroot.

F.I.L.A. is een Italiaanse fabrikant van potloden en toebehoren. Deze kwam op onze radar omdat het bedrijf recent haar Indiase dochterbedrijf naar de beurs bracht. Als we de waarde van het resterende belang dat F.I.L.A. hierin aanhoudt uit de totale bedrijfswaarde (of EV, zijnde Enterprise Value) halen, noteert F.I.L.A. aan een EV/EBITDA van 2. Dat is spotgoedkoop.

Cloetta is een Zweedse zoetwarenfabrikant. Het bedrijf charmeerde ons direct met bekende merken als Red Band, Sportlife, Venco en Läkerol. Door de pandemie, inflatie en hoge suiker- en cacaoprijzen waren de cijfers wat minder. Wij beschouwen dit echter als een tijdelijk probleem en zien daarom in het bedrijf een koopje.

Bij X-Fab schreven we bij de verkoop dat het geen afscheid was, maar een tot ziens. We hadden niet verwacht dat het weerzien zo snel zou komen. X-Fab lijdt onder de daling van de verkoop van elektrische wagens, maar onder de boekwaarde is dit bedrijf gewoon te goedkoop. We namen een eerste positie in, omdat we niet uitsluiten dat de koers nog lager kan voordat deze herstelt.

We verkochten geen aandelen.

Bedrijfsnieuws top 10

Onze tien grootste posities vertegenwoordigen samen 55,7% van de waarde van het fonds. Daarnaast hebben we nog 6,7% cash, waardoor de overige achttien aandelen samen goed zijn voor 37,6% van de totale portefeuille.

Vanwege de extra aankopen en omdat er niets verkocht werd, groeide het aantal posities aan tot 28 stuks.

Cake Box

Cake Box publiceerde de resultaten over het boekjaar dat eindigde op 31 maart. Het belangrijkste is dat het terug business as usual is. De omzet groeide met 8,7% en de brutomarge herstelde dankzij stabielere kosten.

Een meer klassevolle restyling in combinatie met een nationale marketingcampagne hielp ook. Verder werden er 20 nieuwe winkels geopend, waardoor het totaal nu op 225 uitkomt. Tenslotte zorgt nieuwe klantensoftware en de e-commerce site ervoor dat er nu de mogelijkheid is om online te bestellen en binnen het uur af te halen, voorlopig uniek in de sector.

De operationele winst steeg met 15,1%. Helaas verhoogde het Verenigd Koninkrijk de belastingen fors, waardoor de nettowinst maar 10% steeg.

Luceco

Luceco gaf een korte update over het eerste kwartaal, waar ze naar eigen zeggen tevreden over zijn. De omzet steeg met 6,2% dankzij de normalisering van de aankopen bij klanten die hun overtollige voorraden hebben weggewerkt. De invloed hiervan op de operationele winst zou ook significant zijn.

Exor

Van Exor konden we vorige keer nog niets schrijven over 2023 omdat we het jaarverslag nog moesten ontvangen. De nettoactiefwaarde steeg in 2023 met 32,7%, een stijging die vooral gedreven werd door Stellantis, dat 59% in waarde steeg, en Ferrari, dat 52% hoger ging in prijs.

Stellantis heeft sindsdien wel wat van deze stijging moeten teruggeven onder de algemene mindere markt voor auto’s, de lagere aantallen met de overgang naar nieuwe modellen en de dreiging van de Chinese wagens. In onze portefeuille staat deze ondanks de daling in totaal nog steeds op een mooie 50% stijging.

De beurskoers van Exor stijgt ongeveer in dezelfde lijn als de nettoactiefwaarde, waardoor dit nog steeds een ondergewaardeerd aandeel is. Voor ons is dit voorlopig één van de meest succesvolle aandelen met een stijging van 111%.

Ook de participatie die ze namen in Philips zien wij als een positieve evolutie; de stabiliteit en de kennis van Exor kunnen zorgen voor een win-winsituatie.

Tessenderlo

Het nieuws vanuit Tessenderlo was minder positief. Toen we het bericht kregen dat Stefaan Haspeslagh zijn functie als voorzitter en CFO neerlegde, gingen wij ervan uit dat dit was omdat hij op 65-jarige leeftijd van zijn pensioen wilde genieten. Toen echter bleek dat hij bij Deceuninck CEO werd (wat wij als positief nieuws voor Deceuninck beschouwen), kwamen de geruchten naar buiten dat het door een andere visie was op de betrokkenheid van de familie Tack binnen Tessenderlo.

Op langere termijn verandert dit wel degelijk onze visie op het bedrijf. De tandem Tack-Haspeslagh werkte zeer goed. Haspeslagh was daarbij de verdediger van de kleinere aandeelhouders, een tegengewicht waar Tack naar luisterde.

Wat niet verandert zijn de capaciteiten van Luc Tack, de zeer sterke onderwaardering van Tessenderlo en de forse inkopen van eigen aandelen die ze aan deze zeer lage waarderingen uitvoeren. Zo kochten ze sinds april al 826.250 aandelen voor €20 miljoen, gemiddeld aan €24,25, ruim onder de boekwaarde.

Kamux

In de cijfers over het eerste kwartaal van Kamux was niets bijzonders te vinden. De omzet steeg en de operationele winst herstelde deels, wat tot een spectaculaire stijging van 285% leidde, maar de basis was zwak.

Het meest opvallende was dat de interesse van analisten lijkt terug te keren; de aanwezigheid op de analistencall was hoger dan voorheen.

Volgende vergadering

Onze kwartaalvergadering houden we op 25/7. Indien er vragen zijn, mag u deze altijd op voorhand doorgeven zodat, indien nodig, we ons kunnen voorbereiden.

Dit zij de gegevens voor de vergadering:

Kwartaal videovergadering Chess Capital

Donderdag, 25 juli · 7:30 – 11:00pm

Tijdzone: Europe/Brussels

Deelname-informatie voor Google Meet

Link voor videogesprek: https://meet.google.com/qgt-woci-wxr

Of kies: ‪(BE) +32 2 896 35 36‬, pincode: ‪962 699 695‬#

Meer telefoonnummers: https://tel.meet/qgt-woci-wxr?pin=6993633874627

Deuren open 19u15 – start om 19u30 stipt

Met vriendelijke groet en bedankt,

Sam & Joël

LinkedIn
Twitter
Facebook
WhatsApp